Boek Nederlands

Godenslaap : roman

Erwin Mortier (auteur)

Godenslaap : roman

Erwin Mortier (auteur)
De stokoude Helena blikt terug op haar jeugd ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Een gruwelijke, maar voor haar ook erg belangrijke periode, waarin ze volwassen werd en haar grote liefde ontmoette. Nu vult Helena haar dagen met het neerschrijven van haar herinneringen aan die bewogen tijd in lijvige volumes, die ze echter nooit herleest.
Titel
Godenslaap : roman
Auteur
Erwin Mortier
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: De Bezige Bij, 2008
405 p.
ISBN
9789023427780

Ook in de collectie als:

Boek: Nederlands
Daisy: Nederlands

Besprekingen

Fantoompijnen van de ziel

Na Jeroen Brouwers schrijft Erwin Mortier momenteel de meest beroezende taal van de Nederlandse literatuur. In zijn nieuwe roman Godenslaap slijpt Mortier het residu van de Groote Oorlog. En schurkt hij zich dicht tegen Marcel Proust aan.

Literaire critici zijn er altijd als de kippen bij om een auteur van een kreukvrij etiketje te voorzien. Zoals een douanier routineus een adreslabel aan een reiskoffer bevestigt, zo hoort het catalogeren der schrijvers tot de basishandelingen van de door de wol geverfde recensent. Toen Erwin Mortier in 1999 debuteerde met het zo voldragen Marcel leek de klus snel geklaard. De Nevelse kunsthistoricus werd stante pede ondergebracht in het kamp der sensitieve schoonschrijvers. Hij was een wever van woordenguirlandes, die de emoties eindeloos onderhuids kon laten sudderen én resoneren, zoals hij ook bewees in opvolgers Mijn tweede huid en Sluitertijd. En dat kost hem weinig moeite, zoals hij zelf laatst toegaf in deze krant: "Zowat iedereen denkt dat ik verschrikkelijk maniakaal aan mijn zinnen zit te prutsen, maar die komen eruit zoals je ze leest." Her en der sluimerde intussen de cruciale vraag of Mortier die broeierige atmosfeer van adolescentenjongens op het Vlaamse katholieke pla…Lees verder

En eeuwig zingen de loopgraven

In Godenslaap, de nieuwe Erwin Mortier, blikt een oude dame terug op haar jonge jaren, voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog. Een roman die uit alle macht een meesterwerk wil zijn, maar die ambitie niet waarmaakt.

Mortiers personages zijn uit een Brits kostuumdrama gefotokopieerd

Je begint te lezen in de nieuwe Erwin Mortier en ook al heb je eerder werk van hem gelezen: je valt van je stoel, zo mooi is die taal. We zijn amper begonnen en daar mijmert de vertelster al: 'Al wat leeft en ademt wordt voortgedreven door een fundamentele inertie, en al wat dood is houdt zijn vervlogen mogelijkheden tot bestaan in zichzelf besloten als een verzwegen schande.'

Je streept een zin aan, en nog één en nog één. 'Soms lijkt in mijn halfslaap de echo van mijn ademhaling in de kamer om me heen voorbije akoestieken op te wekken. Vertrekken die in de coulissen van de vergetelheid wand tegen wand opgestapeld stonden omsluiten me weer', lees je en je denkt aan de openingsregels van Prousts Op zoek naar de verloren tijd.

Dat laatste citaat geeft een aanduiding van Mortiers bedoeling met deze roman: het overeind trekken van oude decors. Het gaat hem niet om het vertellen van een verhaal - er geb…Lees verder

Kunstenaar van het uitsparen

Godenslaap, zo heet de vierde roman van Erwin Mortier. Hierin geeft de schrijver zijn poëtische pen te leen aan de oude, intelligente en vooral nooit eenduidige Helena. Hij laat haar terugblikken op bijna een eeuw leven en dood.

Stilistiek is geen versiering, geen verf of vernis, maar een instrument om de oneindige gelaagdheden van de werkelijkheid te laten weerklinken in taal

Als huiver een mengeling is van vrees en genot, dan is het dat wat Erwin Mortier voelt wanneer hij de eerste zinnen van een boek neerschrijft. Voor hem lijkt die eerste, onbestemde tijd waarin een verhaal zit te broeien op de seksuele verwachting die je voelt tegenover een mooi, onbekend lichaam. Onderhuids wriemelen de zinnen, maar de schrijver weet dat de magie moet worden doorbroken, dat er over enige tijd een punt zal worden gezet achter de laatste zin.

Hetzelfde geldt voor Helena, de oude vertelster in Godenslaap, aan wie Mortier zijn pen leent. 'Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen,' stelt zij bij aanvang, omdat ze weet dat ze de volheid van de leegte moet tenietdoen, dat het verhaal al bij het eerste woord wordt gedetermineerd en de oneindigheid van mogelijkheden pas later zal vernauwen.

Hele…Lees verder

De stokoude Helena blikt terug op haar jeugd ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Een gruwelijke, maar voor haar ook erg belangrijke periode, waarin ze volwassen werd en haar grote liefde ontmoette. Nu vult Helena haar dagen met het neerschrijven van haar herinneringen aan die bewogen tijd in lijvige volumes, die ze echter nooit herleest.

"Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen. Voor het eerste woord, de eerste aanraking. De onrust wanneer zich de eerste zin moet vormen, en na de eerste de tweede." Al van in de eerste paragrafen weerklinkt zeer duidelijk een Proustiaanse echo. Ook Helena is immers op zoek naar de verloren tijd, en ook bij haar volgen herinneringen elkaar via associaties op. Weinig nieuws onder de zon dus. Godenslaap bestaat grotendeels uit lange, barokke, bespiegelende volzinnen. Helena belaadt elk aspect van de werkelijkheid op obsessieve wijze met metaforen: "'s avonds, wanneer het licht zijn krachten verloor", een halssnoer dat schitte…Lees verder
Godenslaap is de lijvigste roman die de veelgeprezen en -vertaalde Mortier (1965) in tien jaar tijd publiceerde. Een bijna honderdjarige vrouw beschrijft haar ervaringen rond de Eerste Wereldoorlog in Vlaanderen en Noord-Frankrijk om en aan het front. Ze neemt geen blad voor de mond, spaart niemand en schrijft alleen voor zichzelf. Schrijven lijkt obsceen wanneer men publiceert, zo persoonlijk en naakt is de waarheid die zij oproept. Op een hoger niveau gaat het verhaal over taal en werkelijkheid, over persoonlijke en algemene geschiedenis. Mortier schrijft het mooiste Nederlands dat bestaat. Hij behoort met Reve, Kellendonk, Elsschot, Lanoye tot de grootste stilisten van de laatste honderd jaar. Elke zin is een pleidooi voor de kracht van onze taal. Inhoudelijk staat zijn boek in de traditie van Proust, Claus en Lanoye, voor wat betreft de grote, zintuiglijke vertelkunst, die spreekwoordelijk wordt voor de beschrijving van een tijdperk. Een schier onvertaalbaar meesterwerk: meeslepen…Lees verder